Hans Beekmans

Hans Beekmans

Hans Beekmans is sinds 1984 eigenaar van tandartsenpraktijk Beekmans Tandartsen in Laren. Hij is voorzitter en mede-oprichter van het KOM. Ook richtte hij – samen met Herman van Nouhuys – de Stichting Onafhankelijke Hulpverlening (SOH) op en eerder De Amphion Group.

Beekmans is getrouwd en heeft een volwassen zoon.

In zijn vrije tijd speelt hij waterpolo.

PUBLICATIES

Esthetische tandheelkunde
Casuïstiek en tips
Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2010
ISBN 978 90 313 7625 4 NUR  887    

Het briljant verborgen geheim van een gezond gebit
De invloed van mitochondriën, mineralen, vitamine C en oliën op je gebit
ISBN 9789461550804 NUR 860

STUDIE
Academisch Centrum Tandheelkunde 1975-1981
Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie – tandarts-implantoloog – 1994

Al tijdens zijn opleiding ging de belangstelling van Hans Beekmans naar de mechanische aspecten van de tandheelkunde en hield hij zich bezig met de parodontologie, met name het chirurgische deel. Als student mocht hij assisteren bij operaties en onder begeleiding zelfs uitvoeren.

Tijdens zijn studie was Hans het regelmatig niet met de docenten eens over de behandelingen en de manier waarop die volgens hen uitgevoerd moesten worden. Omdat hij graag studeerde en veel tijd in de bibliotheek doorbracht, viel hij op door zijn originele ideeën.

MILITAIRE DIENSTPLICHT
Gedurende zijn militaire dienstplicht werd Beekmans onder meer geplaatst op de afdeling parodontologie, waar hij tandvlees operaties uitvoerde.
Daar zag hij de eerste mislukkingen die het gevolg waren van ongezonde patiënten. De problemen werden niet veroorzaakt door de chirurgische ingreep, maar door de gebrekkige genezing daarna.
Er bleken andere mogelijkheden om deze problematiek aan te pakken, anders dan conventioneel.

PROFESSOR ARNOLD
Hans Beekmans  had het geluk om in zijn 5e studie jaar uitgekozen te worden door Professor Louis Victor Arnold (1914-1987), een toonaangevende tandarts in Nederland met een praktijk in Laren, om hem te komen helpen met patiënten met tandvlees problemen. Ook na en tijdens zijn diensttijd hebben zij goed en prettig samengewerkt. Hans kon veel van hem leren en mocht in 1984 zijn praktijk voortzetten op het Schoutenbosje 11 in Laren. Deze doorstart in een nieuwe praktijk had al snel als reputatie het bieden van hoge kwaliteit, met als kenmerken duurzaamheid, vriendelijkheid en innovatie. Het vormde een uitdaging en een missie waar de patiënten volledig achter stonden en graag aan meewerkten.

Het doel was en is nog steeds: zo goed mogelijke tandheelkunde voor zoveel mogelijk mensen. Om dat te bereiken heeft Beekmans altijd plaats gehouden voor een tandarts die van hem wilde leren. Ook nu is dat nog het geval. Meer dan dertig tandartsen hebben de afgelopen decennia van die gelegenheid gebruikt gemaakt en zijn daardoor goede tandartsen geworden, die aardig zijn voor hun patiënten en wiens doel is om zo goed mogelijke tandheelkunde te bedrijven. Enkelen van hen zijn zelfs extreem goed geworden. Ook zij hebben hun praktijken zo georganiseerd dat ze weer ruimte bieden voor nieuwe tandartsen om na hun opleiding hun kennis verder te ontwikkelen.

VOORLOPER
In eerste instantie hield Beekmans zich na zijn studie vijf jaar lang bezig met de parodontologie en de problematiek rondom de kaakgewrichten. Vooral in Duitsland was men ver in de ontwikkeling en uitvoering van behandelingen op dit gebied. De basis van een goede tandartsbehandeling bestaat eruit om te weten hoe de kaken bewegen en dat een gezonde bot- en tandvlees situatie nodig is om stabiliteit te houden. Vanaf dag één werkte hij ook samen met mondhygiënisten die ervoor zorgden dat de tanden en kiezen van patiënten optimaal schoongehouden werden.
In eerste instantie hield Beekmans zich na zijn studie vijf jaar lang bezig met de parodontologie en de problematiek rondom de kaakgewrichten. Vooral in Duitsland was men ver in de ontwikkeling en uitvoering van behandelingen op dit gebied. De basis van een goede tandartsbehandeling bestaat eruit om te weten hoe de kaken bewegen en dat een gezonde bot- en tandvlees situatie nodig is om stabiliteit te houden. Vanaf dag één werkte hij ook samen met mondhygiënisten die ervoor zorgden dat de tanden en kiezen van patiënten optimaal schoongehouden werden.

Professor Arnold was daarin een voorbeeld en een voorloper. Hij had zijn studie in Amerika gedaan en daar waren in de jaren 50 mondhygiënisten al volop aanwezig. Toen hij naar Nederland kwam waar nog geen mondhygiënisten bestonden, haalde hij ze over om vanuit Amerika naar Nederland te komen om met hem te werken. Zo was hij de eerste tandartspraktijk in Nederland met een mondhygiëniste.

Toen Beekmans in 1981 afstudeerde, had 90 procent van de mensen boven de 60 jaar een kunstgebit. In de praktijk van professor Arnold kwam dat nauwelijks voor, hoewel hij veel patiënten had van ver boven de 60 jaar.

THE DUTCH ACADEMY OF ESTHETIC DENTISTRY
Het stramien van veel studeren en op zoek  gaan naar anderen die beter waren, heeft Beekmans altijd vastgehouden.
Daarom werd hij in 1996 medeoprichter van de DAED, de Dutch Academy of Esthetic Dentistry.  Zie : https://daed.nl Een afsplitsing van de European Academy of Esthetic Dentistry, waar veel toonaangevende sprekers van over de hele wereld kwamen. DAED Nederland had als doelstelling om jaarlijks een state of the art congres te organiseren met de beste internationale sprekers. Van 2000-2013 was hij voorzitter. De DAED functioneert nog steeds als zodanig.

Dankzij de DAED reisde Hans de hele wereld over om toonaangevende sprekers in hun praktijk te bezoeken en een aantal dagen met hen mee te lopen om te zien of ze werkelijk zo goed waren. Daar kon hij op zijn beurt weer veel van leren.

IMPLANTATEN
In 1981 werden implantaten een werkend onderdeel van de tandheelkunde, nadat de Zweedse hoogleraar Ingmar Branstøm had ontdekt dat titanium een materiaal was dat goed in het bot kon blijven zitten, zonder afstotingsverschijnselen. Beekmans ging daarop een samenwerking aan met collega’s die een speciale cursus in Zweden hadden gevolgd om dit ook in Nederland te mogen doen.

In 1992 startte Beekmans zelf met het plaatsen van implantaten, onder begeleiding van Peter Blijdorp*, een van de meest bekwame kaakchirurgen in Nederland. Ook Blijdorp was altijd op zoek naar verbetering en manieren om zijn patiënten beter te kunnen helpen. Onder meer met nieuwe technieken en innovaties op het gebied van supplementen

Beekmans en Blijdorp ontwikkelden een chirurgische techniek voor patiënten met te weinig bot. Zij gebruikten bot uit de heup en transplanteerden dat naar de bovenkaak. Gedurende 15 jaar deed Beekmans onderzoek naar de werkzaamheid, stabiliteit en risico’s ervan. Aanvankelijk stuitte het op weerstand, maar inmiddels wordt de techniek over de hele wereld met succes toegepast.

Een andere techniek die Beekmans en Blijdorp gezamenlijk ontwikkelden betrof het omhoog tikken van de bodem van de neusbijholte in de bovenkaak. Daardoor kon ruimte worden gemaakt om implantaten te plaatsen ter vervanging van een kies die verloren was gegaan. In het begin gebruikten ze drevels uit de ijzerhandel, tegenwoordig zijn er schitterende instrumenten voor ontwikkeld.

Een derde ingenieuze vinding van het tweetal was het ontwikkelen van een zirkonium oxide implantaat, in 1998. Na drie jaar,  in 2001, hadden ze een goed werkzame versie. De resultaten die ermee werden behaald waren opzienbarend, maar werden aanvankelijk weggehoond door de collega implantologen. Gelukkig waren Beekmans en Blijdorp niet de enige die met deze ontwikkeling bezig waren en kregen ze onverwachte bijval uit Duitsland waar Dr. Volz met eenzelfde concept aan het werk was. Nu, ruim 20 jaar later, zijn er meer dan tien fabrikanten die zirkonium implantaten vervaardigen en begint het algemeen door te dringen dat ze biologisch beter verdraagbaar zijn dan de titanium implantaten.

*Peter Blijdorp (1947 – 2021): https://bluemcare.com/nl/stories/nvoi-memorabilia-peter-blijdorp/

DE AMPHION DENTAL GROEP
In dezelfde tijd (1987) startte Beekmans met een groep tandartsen een maatschap van 6 praktijken, die al snel uitgroeide tot 10 praktijken en een tandtechnisch laboratorium met 15 medewerkers. In 1990 bestond de groep uit meer dan 120 medewerkers. De doelstelling was: zo goed mogelijke tandheelkunde voor zoveel mogelijk mensen. Door onderling specialisaties af te spreken en zich daarop toe te leggen, patiënten door te verwijzen naar de specialisten en daarnaast maandelijks cursussen te organiseren, bleef iedereen up to date en konden ze optimale tandheelkunde leveren. Beekmans was voorzitter van 1987-1992. (De Amphion Dental groep werd door  hard werken betaald. De huidige ketens hebben een andere doelstelling en worden door investeerders gefinancierd). Hoewel de doelstellingen puur inhoudelijk gedreven waren, schatte de NMT niet de juiste waarde ervan in en beschouwde de op kwaliteit gerichte samenwerking als een te commerciële onderneming. Kennelijk waren was de groep zijn tijd te ver vooruit.

BLUEM ZUURSTOFGEL
Hans Beekmans en dr.Peter Blijdorp ontwikkelden een zuurstofgel dat open wonden geneest, de genezing ervan versnelt en ook de genezing bevordert bij patiënten met botafbraak en ontstekingen rondom de tandwortels. Dit product, nu bekend onder de merknaam Bluem, kreeg  de eerste 20 jaar niet de erkenning van de beroepsgroep, maar wordt nu in 80 landen verkocht en door collega’s, artsen en patiënten toegepast en geprezen voor haar werkzaamheid.

HOLISTISCHE TANDHEELKUNDE
In 1994 ontwikkelde Beekmans belangstelling voor alternatieve, holistische tandheelkunde. Allereerst door acupunctuur- en homeopathie cursussen te volgen. Om tandvlees problemen te helpen genezen, adviseerde hij patiënten om supplementen zoals vitamine C, vitamine D3 en het supplement Q10 te gaan gebruiken. Zijn patiënten werkten daar graag aan mee en er werden goede resultaten mee behaald.

In die tijd richtte hij ook zijn aandacht op het gebruik van probiotica, geïnspireerd door de cursussen in de homeopathie en voedingsleer. De probiotica stonden weliswaar nog in de kinderschoenen, maar er waren al veel varianten verkrijgbaar.

Hans Beekmans: Mijn vader heb ik indertijd weten te genezen van diverticulitis in zijn darmen. Eigenlijk zou hij geopereerd moeten worden, maar toen hij een week lang heel veel probiotica had geslikt, wel 10 keer meer dan de aanbevolen dosis, was de gastro-enteroloog positief verrast. Vader was genezen. Hij had geen operatie nodig en mocht mee naar huis. Naast dat ik er patiënten mee kon helpen, die darmklachten hadden of schimmel problemen, was het een geweldige ervaring dat natuurlijke producten beter kunnen werken dan medicijnen.’

ESTHETISCHE TANDHEELKUNDE
De aandacht van Beekmans ging meer en meer liggen op het vinden van de oorzaak van de problemen, dan op het bestrijden van de symptomen. De tandheelkunde beslaat een mooi overzichtelijk gebied in de gezondheidszorg. Het aantal problemen is beperkt en de behandeling ervan is relatief simpel. Weliswaar heel precies en tijdrovend, maar indien goed uitgevoerd leidend tot een duurzaam resultaat.

Mede door zijn werk voor de DAED, verdiepte Beekmans zich in de esthetische tandheelkunde. Hij gaf vele lezingen over facings en het herstel van sterk beschadigde tanden en kiezen. Veel patiënten kwamen naar de praktijk voor zogenaamde totale gebitsrehabilitaties. Hij had daarbij het geluk om met heel goede tandtechnici te kunnen werken, die sinds 1991 hun laboratorium in de praktijk hadden ingericht. De samenwerking was op deze manier optimaal en de communicatie lijnen waren lekker kort. De patiënten konden direct worden gezien door de technicus, die daarna restauraties kon maken die echt mooi pasten bij de lach van de patiënt. Door op beide fronten te werken, enerzijds de technische kant en anderzijds de holistische kant en de mens te zien als een geheel, niet alleen als een gebit, waren de resultaten altijd mooi en blijvend gezond.

Kanttekeningen
Toch waren er kanttekeningen te zetten, met name aan de medische kant. Omdat er hele generaties van dezelfde familie in de praktijk kwamen, zag Hans kinderen die dankzij de goede zorgen van de ouders en de mondhygiënisten bijna nooit gaatjes hadden. Honderden kinderen met een gaaf gebit is zeer verheugend om te zien. Toch kwamen er gaatjes voor, zelfs bij kinderen uit één gezin, waarbij het ene kind wel gaatjes had en het broertje niet, terwijl ze toch hetzelfde eten. Ook bij mensen waarbij de tanden helemaal waren hersteld en het jarenlang goed ging, kwamen er toch weer gaatjes en ook tandvlees problemen kwamen terug. Ondanks het werk van de mondhygiënisten om dit samen met de patiënten te voorkomen. Ook andere problemen zoals terugtrekkend tandvlees, uitslijten van tandhalzen en overmatige slijtage waren niet te verklaren en de literatuur bood daar geen inzicht in, anders dan slijtage door te hard poetsen, stress of knarsen, of een medische problematiek.

Knarsen
Rond 2010 ging Beekmans op zoek naar de achtergronden van tandheelkundige problemen. Aanvankelijk werd knarsen afgedaan als een verschijnsel dat werd veroorzaakt door stress. Maar de vraag erachter is natuurlijk hoe komt dat? En waarom knarst iemand bij stress? Die vraag werd in de studies niet beantwoord. Hetzelfde geldt voor gaatjes, waarom ontstaan die bij de ene persoon wel en bij de andere niet? Dat is erfelijk bepaald, volgens de wetenschap. Als vader of moeder slechte tanden heeft, krijgt het kind het ook. Maar waarom hebben sommige ouders met heel slechte tanden dan kinderen zonder gaatjes en waarom hebben ouders met goede tanden kinderen met gaatjes? Ook bloedend tandvlees en botafbraak rondom de tanden zou volgens de literatuur erfelijk zijn. Maar Beekmans zag deze aannames niet bevestigd in zijn praktijk. De vraag rees of er mogelijk andere factoren een rol zouden spelen. Factoren die niet direct duidelijk zichtbaar zijn en mogelijk wel te maken hebben met erfelijkheid, maar dan op een ander niveau.

EEN DOORBRAAK IN DE TANDHEELKUNDE
Beekmans is onderzoek gaan doen naar de belangrijkste reden van tandproblemen: cariës, knarsen, botafbraak rondom de wortels, langer wordende tanden, slijtage, uithollende tanden, scheef groeiende kaken, pijn aan tanden of kiezen, ontstekingen aan de wortelpunten, ontstekingen rondom implantaten, los zittende tanden. De grootste veroorzaker van deze opsomming is verlies van tand of botmateriaal, veroorzaakt door een gebrek aan mineralen. Die mineralen verdwijnen uit het bot en de tanden en komen terecht in het lichaam. In kleine hoeveelheden weliswaar, maar bij elkaar opgeteld vormt het heel veel verlies en veroorzaakt het gebrek aan mineralen een probleem. Het is te vergelijken met slijtage aan de schoenen, na één wandeling is het niet zichtbaar, maar na een halfjaar is het duidelijk hoe en waar de schoenen slijten. Dat is dus ook het geval in het gebit. Lange tijd is er niets zichtbaar, terwijl er eigenlijk wel iets aan de hand is. Wat is er dan aan de hand en waarom?

Met gaatjes kan het soms hard gaan, met slijtage wat minder snel. Ontstekingen van het tandvlees en de botafbraak daarna, is lastiger te vroegtijdig te herkennen. Knarsen is vaak wel direct merkbaar. De patiënt klaagt er meestal zelf over, heeft vaak last van hoofdpijn of krijgt pijn aan een tand of kies. De grote oorzaak hiervan, het afstaan van mineralen, is dus een langzaam proces. Mede daardoor is er geen onderzoek gedaan naar vragen als: waar zouden die mineralen dan naar toegaan? Waar zijn ze nodig? Zijn ze überhaupt ergens nodig of is het gewoon een ziekteproces en zijn die mineralen een afvalproduct dat naar de darmen verdwijnt om afgevoerd te worden? De literatuur bood geen antwoorden, nergens werd de link gelegd met verdwijnende mineralen.

CALCIUM EN MAGNESIUM
De cruciale vraag was, waar die mineralen gebruikt zouden kunnen worden als ze wel worden opgenomen door de darmen of de maag. In ieder geval zouden ze helpen de botten in stand te houden, als ze niet worden afgevoerd. Waar worden deze kleine hoeveelheden mineralen nog meer gebruikt in het lichaam en waar bestaan ze uit? Ook het antwoord daarop was lastig te vinden. Volgens de literatuur bestaan tanden en botten uit calciumfosfaat verbindingen. Calciumhydroxyapatiet om precies te zijn. Een zeer interessant onderzoek met een elektroforese elektronen microscoop laat zien dat tanden niet alleen uit dit kristal bestaan maar ook uit magnesium kristallen en wel in een verhouding calcium-magnesium van 2:1.

Calcium en magnesium zijn belangrijke producten voor het functioneren van onze spieren. Mensen met krampen in de spieren hebben vaak een tekort aan een van beiden. Maar wat doen die mineralen dan? Uit een studie over de relatie tussen de mitochondriën en calcium en magnesium bleek dat de productie van energie ONMOGELIJK is zonder deze twee stoffen. Calcium en magnesium moeten in een verhouding van 2:1 aanwezig zijn om überhaupt  energie te kunnen maken, de omzetting van ATP naar ADP kan niet plaatsvinden zonder calcium en magnesium en de terugomzetting van ADP naar ATP ook niet. ATP is de energiebron van de mitochondria en daarmee van iedere cel in ons lichaam. Uit verder onderzoek bleek dat calcium en magnesium niet gebruiksklaar kunnen worden opgeslagen. Ze moeten worden opgenomen via de darmen en met regelmaat door het bloed stromen om in de cellen van het omringende weefsel te komen om daar te worden gebruikt door de mitochondria. Er kwam nog iets bijzonders aan het licht: zonder vitamine D3 kunnen deze mineralen niet vrijgemaakt worden uit de botten, noch opgenomen worden via de nieren of via de darmen. Dus twee factoren spelen een grote rol: zitten er voldoenden mineralen in de voeding en heeft de persoon voldoende vitamine D3? Wat moet het lichaam in een situatie waar een van beide, of zelfs beide factoren niet aanwezig zijn? Zonder energie te kunnen maken, gaan de cellen dood en dus ook de tanden en zelfs het hele lichaam.

Beekmans vond de oplossing die het lichaam heeft gekozen. Helaas pakt die slecht uit voor de tanden. Maar als je er op tijd bij bent en de symptomen tijdig herkent, kan het meevallen. Er kan namelijk ook remineralisatie plaatsvinden in de tanden in het geval van gaatjesvorming door zuren. Helaas is mineraalverlies door  knarsen of klemmen niet reversibel.

De mineralen die in de mond worden geproduceerd door zuurvorming, klemmen of knarsen, gaan razendsnel via de slijmvliezen van de mond of via de zenuwkanalen in de tanden naar de bloedbaan. Het gehalte aan calcium in het bloed wordt gemeten door het lichaam zelf en bij een hoeveelheid lager dan 6 nanomol per milliliter wordt alarm geslagen. Het bloed heeft calcium nodig!

Vervolgens vinden opmerkelijke reacties plaats. Er worden signalen doorgegeven aan de hypothalamus in de hersenen en aan de speekselklieren. De vloeistof stroom in de tanden zelf draait om, die gaat niet meer van de wortels naar de kroon, maar van de kroon naar de wortels. De tandplak groeit exponentieel van 30.000 bacteriën per milliliter naar meer dan 300.000 bacteriën. Een ongelooflijk aantal zuur vormende bacteriën begint de tanden te bevolken en demineraliseert de tanden en kiezen, waardoor de calcium en magnesium vrijkomen. Een fenomenaal proces dat ten dienste staat van de mitochondriën om ze hun zo belangrijke werk, het produceren van energie, te kunnen laten doen. Helaas voor de tanden, maar goed voor het leven. Als er tijdig weer calcium en magnesium zouten worden ingenomen, draait het proces om. De bacteriële plak vermindert, het knarsen of klemmen houdt op, de vloeistof stroom draait weer om en de tanden remineraliseren. Een aantal symptomen zoals klemmen en knarsen, maar ook tandpijn door de overmatige druk en gevoelige tanden door koude en warmte verdwijnen zodra er voldoende calcium en magnesium wordt opgenomen. Het lichaam is dus zelf de beste herkenner van het tekort.

TEKORTEN IN DE VOEDING
Sinds  2012 besteedde Beekmans duizenden uren aan het zorgvuldig bestuderen van talloze artikelen en studies over het onderwerp. Het grote voordeel was dat hij dagelijks met patiënten werkte en er dus iedere dag mee te maken had. Door zorgvuldig te kijken naar de plakgroei in de monden, de ontstekingen, de pijnklachten aan te horen en te vragen naar de gevoeligheid van de tanden en kiezen, kon hij de theorie testen aan de praktijk. Toen duidelijk was wat het mechanisme was van de calcium en magnesium donaties aan het lichaam, kwam de vraag hoe het op te lossen. Waarom kennen we deze problemen bij de moderne mens en was er vroeger – niet 100 jaar geleden, maar duizenden jaren geleden – geen probleem? Blijkbaar bevat ons moderne voedsel niet meer de voedingstoffen waar de natuur en de evolutie op zijn gebaseerd. Ook bij honden, katten en paarden tref je eenzelfde problematiek. Onze huisdieren voeden we kennelijk verkeerd, waardoor ze dezelfde ziektes als mensen krijgen door tekorten en een verkeerd soort voeding. Onderzoek naar volken die afgesloten woonden van de geciviliseerde wereld, zoals bosbewoners in Afrika, Zuid Amerika of  Eskimo’s, bleken heel interessante resultaten op te leveren. Deze mensen met hun inheemse voeding, natuurvoeding dus, hadden al deze problemen met hun tanden niet. Ook scheefstaande tanden, zoals we dat bij bijna 90 procent van de mensen in de westerse wereld zien, komen niet voor bij de inheemse bevolking. Maar zodra de inheemse mens in aanraking kwam met westerse voeding, was het snel gedaan. Met als gevolg scheve tanden, gaatjes en rottend tandvlees.

SUPPLEMENTEN EN VITAMINES
Beekmans vervolgde zijn onderzoek door te kijken welke supplementen een aanvulling zouden bieden op hetgeen in de voeding ontbrak. Het belangrijkste was calcium en magnesium. Maar met de aanschaf van een paar potjes daarvan was het niet opgelost. De supplement industrie is exponentieel gegroeid, sinds Beekmans in de jaren ’90 begon met het gebruik van supplementen. In die tijd waren er nog niet zoveel vitaminewinkels en zoveel verschillende merken. Nu is er een overvloed en is het lastig te weten wat wel of niet werkzaam is. Zelfs de supermarkt verkoopt supplementen. De potjes met vitamine C en de lepels levertraan waar onze moeders mee aan kwamen zetten in de winter, liggen ver achter ons. Dus was het zaak om een goed werkzaam supplement te vinden om het calcium en magnesium tekort aan te vullen. Beekmans begon met een zestal goed bestaande merken te verstrekken aan patiënten die een duidelijk tekort vertoonden. Indien het zou werken, zouden binnen enkele dagen de tekorten moeten zijn aangevuld en de symptomen moeten verminderen. Immers, via de bloedbaan zou het tekort worden geregistreerd en als dat niveau zou zijn hersteld zou dat meteen merkbaar moeten zijn. De symptomen zouden meteen moeten verdwijnen, de plak zou moeten verminderen en het klemmen en knarsen zou moeten stoppen. Het was een grote teleurstelling om te merken dat geen van de relatief kostbare supplementen deden wat van ze verwacht kon worden.

Dus werden er meer merken getest en werd er verdere studie gedaan naar de opname van calcium en magnesium. Beekmans kwam tot interessante, maar ook schrikbarende conclusies. De eerste en meest opvallende was dat als je teveel calcium opnam, het lichaam calcium ging uitscheiden waardoor er juist een tekort ontstond. Dramatisch te merken dat je denkt iets goeds te doen en het een averechts effect blijkt te hebben. Daarnaast bleken calcium en magnesium niet te worden opgenomen zonder de gelijktijdige inname van vitamine D3. Bovendien: zonder de inname van vitamine K2 wordt calcium niet goed gedistribueerd in het lichaam, het gaat zich op de verkeerde plaatsen ophopen. In de mond is dat opmerkelijk om te zien, de calcium slaat neer in de vorm van tandsteen en de tanden gaan losser staan omdat de botten rondom de tanden blijkbaar ook calcium afstaan, waardoor ze zwakker worden. Dit alles was goed waarneembaar in de praktijk waar al deze verschijnselen waren terug te zien. Met name vrouwen met osteoporose, die van hun specialist supplementen krijgen voorgeschreven met een heel hoog calcium gehalte en extra vitamine D3 – maar geen vitamine K2 – , kregen last van hun tandvlees en loszittende tanden en kiezen. Maar ze mochten van hun behandelend arts niet stoppen met hun supplementen en dus zetten de problemen zich voort. Bij een aantal patiënten die dit bij zichzelf zagen gebeuren, stopten met die suppletie en overgingen op een supplement dat wel werd opgenomen wat daarbij goed verdeeld werd door er vitamine K2 bij te slikken, verdwenen de tandproblemen en – interessant genoeg – ook de osteoporose. Het blijkt een groot voordeel om een praktische onderzoeker te zijn, omringd door een groep mensen die zelf ook willen nadenken over hun gezondheid en niet blind varen op wat een arts hun voorschrijft. Dan kom je tot verrassende resultaten.

In de geneeskunde is het gebruik van supplementen nog niet goed doorgedrongen, de meeste artsen halen hun schouders er voor op. Ze beschouwen zichzelf als voldoende deskundig en de farmaceutische invloed is bovendien erg groot. Die houding bestaat overigens ook in de tandheelkunde. Er zijn in Nederland slechts iets meer dan honderd tandartsen die zich bezig houden met de biologische of holistische tandheelkunde. Aanvankelijk waren dat vooral tandartsen die problemen zagen ontstaan door de amalgaam vullingen en tegenstander waren van het gebruik van fluoride. Inmiddels is wijd en zijd bekend dat het kwik in het amalgaam toxisch was en is het voor iedereen duidelijk dat fluoride een gifstof is voor het zenuwstelsel. Voor het amalgaam was een relatief eenvoudig alternatief, de witte vullingen. Daar gingen de patiënten snel in mee. De fluoride is helaas nog altijd wijd verbreid en zit in sommige landen zelfs in het drinkwater. Wat niet algemeen bekend is, is het alarmerende gegeven dat fluoride de zenuwgeleiding kan verstoren en dat het een schadelijk restproduct is uit de aluminium industrie. Wat zou men heen moeten met die miljoenen kilo’s natriumfluoride? Ergens opslaan? Het is eenvoudiger om het in het drinkwater te mengen, dan is dat probleem opgelost. Helaas is het zo dat veel zogenaamde farmaceutische oplossingen voor de mens niet goed zijn, maar de farmaceutische industrie, wat een zeer machtige en ongelooflijk rijke groep is, heeft niet altijd het beste met de mensen voor. Zieke mensen leveren meer geld op.  Een treurige constatering, maar als je het eenmaal gezien hebt, kun je je ogen er niet meer voor sluiten. In duizenden uren studie stuitte Beekmans op veel onderzoeken die op een of andere manier werden betaald door de farmaceutische industrie en daarmee niet meer objectief konden zijn. Daarom kloppen de gegevens waar de artsen mee werken niet altijd. En dat de onderzoeken waar ze hun kennis op bouwen gemanipuleerd zijn, is erg lastig te ontdekken. Gelukkig zijn er ook kritische artsen die zoeken naar de oorzaak in plaats van de symptomen te bestrijden. Dat geldt ook voor dierenartsen. Die schrijven sneller een medicijn voor dan een echt goed voedingsadvies te geven. In plaats daarvan verkopen ze liever de brokjes die ze krijgen van een grote leverancier. Alert blijven als patiënt is dus het motto, niet meteen klakkeloos aannemen wat er voorgeschreven wordt, maar zelf ook kijken wat er gebeurt als je iets doet of neemt. En wellicht nog belangrijker, proberen gezond te leven en te eten.

Terug naar de speurtocht om een goed calcium supplement te vinden. Er was gebleken dat de calcium en magnesium in een verhouding van 2:1 moeten worden ingenomen voor de mitochondriën, omdat het daar zo wordt gebruikt. Die verhouding klopt vaak wel bij de meeste goede producten, maar het soort calcium en magnesium is ook erg belangrijk, net als de toedieningsvorm. Calcium heeft een zuur milieu nodig om te kunnen worden opgenomen. Zodra er magnesium bijkomt wordt het milieu basisch, dan werkt het dus niet. Dus moet er een zuur worden toegevoegd aan het supplement, maar de vraag is dan welk zuur. Het beste zuur om calcium en magnesium samen te laten gaan is appelazijn. Door calciumgluconaat en magnesiumcarbonaat op te lossen in zwak zuur appelazijn, wordt het milieu zuur genoeg om de calcium op te laten nemen, maar het niet volledig op te laten lossen in het zuur.  Daarmee was dat probleem opgelost. Bij patiënten die deze vorm namen in combinatie met vitamine D3 en vitamine K2 waren de tandproblemen werkelijk in enkele dagen opgelost. Soms nog niet volledig, maar zodra ze verder gingen met het gebruik van de supplementen, kwam het in orde. Na zes jaar speurwerk en testen was de oplossing van de problemen gevonden en is er nu een bedrijf dat het product maakt.

MITOCHONDRIËN
Tijdens het bestuderen van al deze onderzoeken en boeken, kreeg Beekmans steeds meer belangstelling voor de mitochondriën. Het is een voor de meeste mensen onbekend deel van hun lichaam, terwijl het het meest voorkomende celdeeltje is. Niets komt zoveel voor als de mitochondria. Als je beseft dat in iedere lichaamscel honderden tot duizenden mitochondria zitten, begrijp je hoe essentieel deze kleine organellen zijn. Ze zijn niet alleen de energiebronnen van onzen cellen, ze beschermen ze ook nog eens en bepalen of ze verder kunnen bestaan of moeten worden opgedeeld in bruikbare deeltjes. Maar ook de mitochondriën kunnen kapot gaan, zelfs door hun eigen functioneren. Bij de productie van energie maken ze namelijk afvalstoffen in de vorm van vrije elektronen, ook wel vrije radicalen genoemd. Als er daar teveel van zijn gaat het mitochondrion kapot, door een overproductie van waterstof peroxide, H2O2.

Natuurlijk heeft de natuur dat probleem opgelost, want de mitochondriën bestaan al meer dan 2 miljard jaar in cellen. De eerste levende, nog plantaardige cellen werden door een bacterievorm, – het mitochondrion – bevolkt en gingen een samenwerking aan. Dankzij het mitochondrion kon de cel met zuurstof, zonder behulp van licht, toch energie maken. Zo is het leven op aarde ontwikkeld, door plantcellen met mitochondria en heeft de evolutie kunnen plaatsvinden. Alles wat we bewonderen in de natuur is het resultaat van deze symbiose die tot op de dag van vandaag nog bestaat. Het interessante is dat de mitochondriën hun eigen DNA hebben en dus niet afhankelijk zijn van het DNA van de gastheer. Dat is echt iets om even bij stil te staan. In ons lichaam – en dat van alle levende cellen – zitten dus kleine organellen die hun eigen bestaan bepalen. De mitochondriën worden tijdens de bevruchting met de eicel doorgegeven. In een eicel zitten 100.000 mitochondriën wat voldoende is om na de bevruchting door een zaadcel mitochondriën door te geven aan de nieuw gevormde cellen. Onze levensbronnen worden dus via de moeder doorgegeven en zijn dus vrouwelijk. Interessant om in deze gendertijd je te realiseren dat het grootste deel van ons lichaam bestaat uit vrouwelijke deeltjes, de mitochondriën.

MITOCHONDRIËN, VRIJE RADICALEN EN VITAMINE C
Voor het goed functioneren van de mitochondriën, is het van belang dat de vrije radicalen worden weggevangen. Zonlicht en met name het UV (ultraviolet) licht bevat heel veel vrije radicalen. Aan het oppervlak van de oceanen is veel UV straling. De kleine algjes en krill die daar leven, worden dus zwaar belast met vrije radicalen. Hun oplossing voor het probleem is astaxantine, een rode stof die in de cellen gemaakt wordt om vrije radicalen weg te vangen. In het menselijk en dierlijk lichaam gebeurt dat wegvangen ook door een aantal stoffen. Als eerste en belangrijkste is dat vitamine C, dat in veel voedingsproducten voorkomt. We hebben C heel hard nodig omdat de mitochondriën het nodig hebben. Twee miljard jaar evolutie heeft daar weliswaar voor gezorgd, maar onze manier van eten heeft letterlijk roet in deze oplossing gegooid. We eten nog nauwelijks vitamine C en als we denken dat we dat met een uitgeperst sinaasappeltje kunnen oplossen dan komt ons dat duur te staan. De meeste sinaasappels worden te vroeg geplukt om nog veel C te bevatten. Ze rijpen vaak in een koelcel en worden gekweekt op suiker, zodat ze lekker zoet zijn. Maar suiker is onze grote vijand. De mitochondriën houden ook helemaal niet van suiker, ze kunnen er maar weinig energie mee maken, ongeveer 6 ATP – en zeker niet meer. Ze kunnen het wel snel doen, deze energieproductie, maar daarna liggen ze weer stil. Daarom zie je sporters vaak een dextropur nemen. Dan herstellen ze zich weer, maar het betreft een korte piek, gevolgd door een dip. Veel beter kunnen ze energie maken van vetten en eiwitten, dat wel 38 ATP per molecuul vet of eiwit oplevert. Maar dit terzijde.

Vitamine C
Vitamine C is een sterke antioxidant.  Een van de belangrijke functies van deze vitamine is dus het wegvangen van vrije radicalen. Maar vitamine C blijkt nog veel meer belangrijke functies in ons lichaam te hebben: Ontstekingen opruimen, gifstoffen verwijderen, bacteriën, schimmels en virussen neutraliseren, die we niet nodig hebben of ons ziek kunnen maken. Ook is vitamine C nodig om ons collageen te helpen opbouwen. Daardoor houden we onder meer goede bloedvaten, maar ook sterke spieren en pezen, en andere alle plekken waar collageen zit. Een mooie huid is ook een van de resultaten van voortdurend snel en effectief omgebouwd collageen.

MITOCHONDRIËN EN ANTIOXIDANTEN
Bij de research over de mitochondriën ging Beekmans steeds meer bewondering krijgen voor dit kleine, veel voorkomende organel van honderden tot duizenden kleine energiemakers die ons lichaam bevolken. Ze zijn zo sterk in de meerderheid dat je zou kunnen zeggen dat we eigenlijk meer mitochondriën zijn dan wat anders. Als we uit 50 biljoen cellen bestaan, een 50 met 12 nullen, 50.000.000.000.000, dan hebben we zo’n 50 biljard,  50.000.000.000.000.000 mitochondriën: het zijn onze life savers

De mitochondriën maken gebruik van meer antioxidanten. Nadat de vitamine C zijn werk heeft gedaan, blijven er namelijk nog meer vrije radicalen over. De antioxidatieve werking van Ubiquinol, Omega 3, vitamine E en astaxantine vormen de belangrijkste stoffen die ervoor zorgen dat de mitochondriën optimaal door kunnen gaan met het produceren van energie en het uitvoeren van hun andere taken, zoals het beschermen van de cellen tegen foutieve DNA delingen. In ons lichaam vindt voortdurend celvernieuwing plaats. het DNA wordt gekopieerd voor de volgende nieuwe cel en als dit niet goed gebeurt wordt dat waargenomen door de mitochondriën. Bij  een foute deling treden ze op door de cel te splitsen in bruikbare delen en het foutief gedeelde DNA daarna op te ruimen. Zo voorkomen ze kankervorming van de cellen, ook wel apoptose genoemd. De cel zelf gaat niet dood en vormt dan geen ballast voor ons opruimsysteem, maar de afzonderlijke delen kunnen weer snel worden hergebruikt. Er vindt geen ontstekingsreactie plaats en het lichaam wordt niet belast.

Deze foute celdelingen komen vaak voor, wel zo’n 125 miljoen keer per dag. De mitochondriën besparen ons dus veel problemen, maar dan hebben we wel mitochondriën nodig die hard kunnen werken en voldoende schoon gehouden worden van de vrije radicalen die ze zelf produceren. Daarbij zijn ons eigen gedrag en gewoontes belangrijk. Als we verkeerd eten, teveel suikers en koolhydraten eten die de energieproductie verminderen en we te weinig antioxidanten binnen krijgen, waardoor de mitochondriën zich niet schoon kunnen houden, worden we langzaamaan zieker, minder actief en sneller oud.

Kortom, we zijn zelf verantwoordelijk voor onze gezondheid en het eerste waar we aan moeten denken, is de kwaliteit van onze mitochondriën en hoe we ze het beste kunnen laten functioneren. Daarna is het mogelijk om een lang, gezond en gelukkig leven te leiden.

Beekmans ziet meteen al aan de tanden en het tandvlees van zijn patiënten of het met hun mitochondriën goed gaat. Vele duizenden uren studie hebben hem deze kennis opgeleverd, die hij dagelijks voor zichzelf en zijn patiënten kan toepassen. Als de mitochondriën niet in orde zijn, is dat slecht voor de mond. Maar zonder dat mensen het zich realiseren, zijn ze dan ook onderweg om ziek te worden, minder energie te hebben, minder goed te kunnen denken en sneller oud te worden.

DRIE OLIËN EN DE MITOCHONDRIËN

Hans Beekmans zegt hierover:

“Als tandarts ben ik me steeds meer gaan interesseren in de werking van mitochondriën. In mijn dagelijkse praktijk kon ik vaststellen dat patiënten die goed poetsten en weinig zoetigheid aten last hielden van gaatjes, of tandvleesproblemen hadden die bleven terugkomen, of bleven knarsen of ‘langere tanden’ kregen. Hoe kon dat? Zou het iets met calciumtekort te maken kunnen hebben? En zo ja, hoe ontstond dát tekort dan? In mijn vorige artikel berichtte ik hierover: uit de literatuur leerde ik dat mitochondriën, die een essentiële functie in iedere lichaamscel verrichten, calcium en magnesium uit het lichaam – lees: het gebit – halen als het dieet niet in voldoende calcium en magnesium voorziet. Zo belangrijk is de werking van mitochondriën voor ons lichaam – ze voorzien de cel van energie – dat, zou je kunnen zeggen, alles daarvoor moet wijken.

In dit stuk wil ik deze draad verder uitrollen. Naarmate ik me verder verdiepte in deze materie werd me steeds duidelijker hoe belangrijk een optimale werking van de mitochondriën voor onze algehele gezondheid is, en, niet minder belangrijk, welke stoffen daarbij de hoofdrol spelen. Calcium en magnesium heb ik al genoemd, en zonder vitamine C kunnen mitochondriën hun werk evenmin verrichten. In dit artikel wil ik wijzen op het belang van ‘de drie oliën’ voor een optimale werking van de mitochondriën. Op de markt worden ze ook wel basic oils genoemd: krillolie2, vitamine E3 en Q104,5,6

Calcium en magnesium zorgen ervoor dat mitochondriën überhaupt energie kunnen maken – vergelijk ze met een bougie van een motor, die voor de vonk zorgt die het verbrandingsproces op gang brengt. Van de drie oliën zou je kunnen zeggen dat ze de verbranding optimaal laten verlopen, onder andere door de afvalstoffen op te ruimen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan. Zo beschermen mitochondriën de cel als het misgaat bij de deling van DNA; dat beschermingsproces wordt apoptose7 genoemd, ‘geprogrammeerde celdood’. Het zijn vooral de drie oliën die ervoor zorgen dat de mitochondriën deze taak – apoptose – optimaal kan uitvoeren.

Apoptose voorkomt het ontstaan van kankercellen. De cellen waarbij het misgaat met de deling gaan door apoptose weliswaar dood maar het celmateriaal blijft beschikbaar voor nieuwe cellen en vormt verder geen belasting voor het lichaam. Dit proces voltrekt zich duizelingwekkend vaak in het lichaam: dagelijks tussen de 125 miljoen keer (bij gewone lichaamscellen) en 50 miljard keer (bij cellen die sowieso aan het eind van hun cyclus zijn, zoals witte bloedlichaampjes of andere kortlevende cellen)7,8. Apoptose is dus een cruciaal verdedigingsmechanisme van het lichaam tegen neoplasie (‘nieuwvorming’ van zowel goed- als kwaadaardige kankercellen). 

Daarnaast voorkomt het lichaam door apoptose dat het immuunsysteem overbelast raakt door een teveel aan dode cellen. Want die worden door de mitochondria direct opgeruimd. Als een cel sterft, gaat de celmembraan kapot; als er verder niks zou gebeuren zou de vrijkomende celinhoud een ontstekingsreactie veroorzaken. Maar eer het zover is, treedt apoptose op, waardoor de celorganellen nog lang intact blijven, evenals de celmembraan. Die veroorzaken nu geen ontsteking maar worden juist opgenomen door macrofagen en omgevende cellen.7 Het terugdringen van prostaatcarcinoom en mammacarcinoom – nadat respectievelijk androgene en oestrogene hormoonproductie met behulp van medicatie is onderdrukt – is het gevolg van apoptose van de tumorcellen.7

Een andere belangrijke functie van de oliën is het opruimen van vrije radicalen, stoffen die de cel beschadigen. Die zijn het product van straling, verontreiniging, verkeerd voedsel en van giftige stoffen in het lichaam. Maar ook door de activiteit van de mitochondriën zelf worden vrije radicalen geproduceerd. Door de ligging langs de hele membraan van de cel beschermt astaxanthine (een bestanddeel van krillolie, een van de drie oliën) die membraan, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. Andere anti-oxidanten hebben deze eigenschap niet.9

De oliën helpen verder bij het actief verwijderen van ontstekingen en restproducten van ontstekingen. Een niet te verwaarlozen activiteit is het herstellen van het collageen, overigens in combinatie met vitamine C. Collageen komt overal in ons lichaam voor, onder andere in de huid, de aderen, de spieren, de pezen, de haren en nagels en in de wanden van de darmen, maar ook in de buikholte en de gewrichten. Een van de meest opmerkelijke veranderingen in het lichaam, bij een dieet dat voldoende van de drie oliën bevat, is die in de bloedvaten. Een combinatie van vitamine C en E helpt de opbouw en reparatie van de bloedvaten, zorgt ervoor dat de elasticiteit van de vaatwanden behouden blijft en voorkomt dat er harde plekken ontstaan waar later verkalkingen kunnen optreden10. Vooral tarwekiemen en palmolie zijn een rijke bron van vitamine E.

Ook in de gewrichten zijn veranderingen merkbaar dankzij het gebruik van de oliën, de ombouw van kraakbeen verloopt beter en pijnlijke en stramme gewrichten worden weer soepel.

De combinatie van de drie oliën in een capsule – basic oils – maakt dat ze elkaar versterken. Zo wordt Q10 maar liefst 25 keer beter door het lichaam opgenomen in combinatie met krillolie. 

Vitamine E (in combinatie met C) kwam hierboven aan bod, hieronder nog een paar opmerkingen over krillolie en Q10. Krillolie bestaat uit omega 3-vetzuren, choline, astaxantine en fosfolipiden. Vooral vette vis – makreel, zalm, haring, paling – bevat veel omega 3-vetzuren, het belangrijkste bestanddeel van krillolie. Wie meer van krillolie wil weten verwijs ik graag naar de site van Aker Biomarine.11 Ook Stichting Orthokennis geeft een goede beschrijving van onder andere de werking van omega 3-vetzuren12. De waarde voor het lichaam van deze vetzuren is niet te onderschatten. Ze helpen osteoporose en afbraak van bot – ook kaakbot – te voorkomen. Artritis en nekpijn en lage rugpijn worden erdoor verminderd. Omega 3-vetzuren helpen ook tegen ontstekingen.

Co-enzym Q10 is een enzym dat door het lichaam zelf wordt aangemaakt. Het heeft teveel functies om op te noemen, wie er meer van wil weten verwijs ik graag naar de Stichting Orthokennis6. Naar mijn mening de belangrijkste functie van Q10 is het versterken van de werking van de mitochondria (meer energie produceren) en de anti-oxidantwerking. Een voldoende aanwezigheid van Q10 in het lichaam – na het veertigste levensjaar wordt de aanmaak van Q10 minder – blijkt onder andere uit een remming van het verouderingsproces, verouderingsziekten, hart- en vaataandoeningen. Het heeft een positief effect op hoge bloeddruk, atherosclerose, hartritmestoornissen en chronische ontstekingsziekten en helpt het gewicht te verlagen door een goede vetverbranding. Daarnaast gaat het te hoge cholesterolwaarden tegen. Q10 dat als voedingssupplement wordt verkocht wordt doorgaans gemaakt uit schimmel, maar het is ook aanwezig in allerlei producten, zoals zalm, orgaanvlees, volle granen, pinda’s, pistache- en walnoten, sojabonen, sesamzaad, olijfolie, avocado, zoete aardappelen, hazelnoten, broccoli en spinazie.

De drie oliën hebben kortom voor de mitochondriën een onschatbare waarde. Ze spelen een hoofdrol in het gezond houden van het hele lichaam. Zonder mineralen als calcium en magnesium kunnen mitochondriën niet eens functioneren; voor een optimale werking ervan zijn vitamine C, krillolie, vitamine E en Co-enzym Q10 van cruciaal belang.  

Hieruit blijkt opnieuw hoe belangrijk gezonde voeding is. Voor mij bestaat die uit veel groente – vooral ook veel verschillende groenten -, daarnaast zijn vetten en eiwitten van vitaal belang, omdat de energieproductie en de bouwstoffen die het lichaam nodig heeft vooral uit deze producten komen. Koolhydraten uit brood, pasta, rijst en andere meelproducten produceren niet veel energie en leveren geen echte bouwstoffen anders dan dat ze worden omgezet in vet. Ze verstoren de energieproductie zelfs en daarmee de functie van de mitochondriën, wat mij betreft zo min mogelijk eten. Suikers kunnen worden beschouwd als gifstoffen tenzij ze onderdeel zijn van fruit of groenten. Maar dan nog moeten de suikers beperkt worden. Fruit eten is zeker gezond, vanwege de vitamines en mineralen, maar beperk het eten van fruit, zou ik willen adviseren, tot bijvoorbeeld twee stuks per dag, laten we zeggen twee sinaasappels, of één grapefruit en een onsje aardbeien of bramen, of twee kiwi’s, of een stuk meloen, of één appel en een sinaasappel. Omdat onze voeding tegenwoordig door moderne productiemethoden armer zijn geworden, zijn supplementen mijns inziens noodzakelijk, anders krijgen we niet genoeg mineralen en vitaminen binnen. Door het eten van ongezond voedsel neemt de waarde van supplementen overigens weer af, dus probeer dat te vermijden. Voeding is niet voor de gezelligheid of om een mentale behoefte te vervullen, het is bedoeld om het lichaam en de geest goed te kunnen laten functioneren. Dat wil niet zeggen dat eten niet heerlijk kan zijn en gezellig, er zijn goede kookboeken op de markt die ons helpen een smakelijke maaltijd te bereiden, zoals dat van Pascale Naessens13. Zij laat met haar recepten zien hoe je heerlijk, gezellig én gezond kunt eten”.

Om zijn patiënten altijd de best mogelijke behandeling te kunnen geven, heeft Beekmans het KOM opgericht. Elders op deze website leest u daar meer over.

Geraadpleegde literatuur:

  1. Kucharská, J. Vitamins in mitochondrial function. Mitochondrial Medicine: Mitochondrial Metabolism, Diseases, Diagnosis and Therapy 367–384 (2008) doi:10.1007/978-1-4020-6714-3_21.
  2. Krill Oil vs Fish Oil_ Which Is Better for You_.
  3. Biodiscrimination of Tocopherols – Abstract – Vitamin E – Karger Publishers.
  4. Co enzym Q10 Zoëlho.
  5. Company, K. Ubiquinol Coenzyme Q10 – Vital for your health.
  6. Co-enzym Q10 | Stichting OrthoKennis.
  7. Haanen, C. Medisch Spectrum Twente, Klinisch-chemisch Laboratorium, E., I. Vermes Medisch Spectrum Twente, Klinisch-chemisch Laboratorium, E. & Prof.dr.C.Haanen en dr.I.Vermes. Cel en ziekte. NTVG (1993).
  8. Apoptose – Wikipedia.
  9. Stichting Orthokennis. Astaxanthine | Stichting OrthoKennis. (2015).
  10. Dr.M. Rath Dr Rath research Institute. Dr Rath Aderverkalking voor belangrijk deel te voorkomen met vitaminen. 1 (2020).
  11. What is Krill Oil. SuperbaKrill (2020).
  12. Omega 3-vetzuren EPA_DHA | Stichting OrthoKennis.
  13. Naessens, P. Boeken | Pascale Naessens. (2020).