Beste collega,
Deze zomer nodigt uit tot reflectie.
Wie vandaag een mondzorgpraktijk voert, weet hoe snel de hoeveelheid regels, voorwaarden, registraties en administratieve verplichtingen is toegenomen.
Veel daarvan zijn ooit met een begrijpelijk doel ingevoerd: kwaliteit bewaken, fraude voorkomen, doelmatigheid bevorderen en patiënten beschermen.
Maar stellen we nog vaak genoeg de vervolgvraag? Werkt de regel daadwerkelijk?
En misschien nog belangrijker: Leidt méér regelgeving uiteindelijk tot betere én betaalbaardere zorg voor de patiënt?
Deze vragen zouden opnieuw nadrukkelijk op tafel moeten komen.
Regels hebben ook een prijs
Iedere verplichting kost tijd. Iedere registratie vraagt aandacht. Iedere controle brengt administratie met zich mee.
Die kosten zijn niet alleen financieel. Ze hebben ook een menselijke kant.
De tandarts die tijdens een behandeling moet nadenken over declaratievoorwaarden, de assistent die moet registreren en de praktijkhouder die voortdurend nieuwe regels moet vertalen naar de praktijk: het zijn allemaal factoren die de stress in de praktijk kunnen verhogen en tijd wegnemen van waar het uiteindelijk om gaat: de patiënt.
Daarom onderzoekt de stichting Keurmerk Onafhankelijke Mondzorg (KOM) momenteel hoe regelgeving binnen de mondzorg tot stand komt en vooral hoe wordt vastgesteld of bestaande regels nog steeds hun doel bereiken.
Hoe kwam KOM tot deze vragen?
De aanleiding was een concrete vraag over de voorwaarden rond bepaalde parodontale behandelingen.
KOM vroeg de NZa onder meer naar het aantal betreffende declaraties, de daarmee gemoeide kosten en de onderbouwing van de betreffende declaratievoorwaarden.
In de daaropvolgende correspondentie gaf de NZa aan dat deze gegevens niet waren geanalyseerd. Op onze vervolgvraag hoe dan wordt vastgesteld of regelgeving doelmatig en proportioneel is, antwoordde de NZa dat er geen vast beoordelingskader bestaat voor wanneer Vektis-data worden geanalyseerd. Dit wordt per onderwerp afgewogen.
Voor voorwaarden die aansluiten bij professionele richtlijnen verwijst de NZa voor de inhoudelijke onderbouwing naar de betreffende beroepsgroep.
Dat leidde tot een bredere vraag: Wie toetst eigenlijk of regelgeving zelf nog doelmatig, proportioneel en effectief is?
Deze vraag is opnieuw aan de NZa voorgelegd.
De volledige correspondentie van KOM met de NZa is om wille van de transparantie via deze LINK te bekijken.
Niet per se minder maar per se betere regels.
Goede regelgeving kan kwaliteit, veiligheid en vertrouwen in de zorg ondersteunen.
Maar regelgeving zou aan dezelfde kwaliteitsprincipes moeten voldoen als de zorg zelf.
Daarom zou de regelgeving periodiek en onafhankelijk moeten worden getoetst aan drie eenvoudige vragen:
1. Draagt de regel aantoonbaar bij aan de kwaliteit van de zorg?
2. Draagt de regel bij aan doelmatige en betaalbare zorg?
3. Staat de administratieve belasting voor patiënt en zorgverlener in verhouding tot het beoogde doel?
En daar hoort nog een vraag bij: :
4. Laat de regelgeving voldoende ruimte aan de professional om zijn verantwoordelijkheid daadwerkelijk te nemen?
Meer controle is niet automatisch betere controle.
Meer administratie is niet automatisch betere kwaliteit.
Meer regelgeving is niet automatisch betere zorg.
De vraag moet steeds zijn: werkt het?
Herkent u in uw praktijk situaties waarin regelgeving, registratie- of declaratievoorwaarden veel tijd en aandacht vragen, zonder dat voor u duidelijk is wat dit daadwerkelijk bijdraagt aan de kwaliteit of betaalbaarheid van de zorg?
De stichting KOM nodigt een ieder uit wat zijn of haar ervaringen zijn.
Niet om regels bij voorbaat ter discussie te stellen, maar om deze vraag te beantwoorden: Welke regels helpen ons daadwerkelijk vooruit — en welke verdienen een kritische herbeoordeling?
Goede zorg vraagt om professionele onafhankelijkheid.
Goede regelgeving vraagt om onafhankelijke evaluatie.
Stuur uw inbreng naar info@komnederland.nl